Een nieuwe regionale strategie voor bedrijventerreinen: argwaan, twijfel, tevredenheid en hoop


24 januari 2020
Categorie: Bedrijventerreinen

Ondernemers zijn blij dat ze serieus genomen worden bij het maken van de nieuwe regionale strategie voor de plek en inrichting van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Maar er zijn ook zorgen over het voorlopig resultaat. Dat bleek op de bijeenkomst van 16 januari tijdens vijf bijeenkomsten van de zes als ’Economie071’ samenwerkende gemeenten.

De bedrijventerreinenstrategie is bijna klaar. Op 16 januari konden ondernemers uit de zes betrokken gemeenten (Leiden, Katwijk, Leiderdorp, Voorschoten, Oegstgeest en Zoeterwoude) op het concept schieten. De komende maanden moeten hun suggesties en bezwaren uitmonden in een definitieve versie en een uitvoeringsprogramma.

De meest opvallende misser in het uitgebreide document waaraan anderhalf jaar is gewerkt, kwam pas tijdens de allerlaatste bijeenkomst aan het licht: de plattegronden kloppen niet. Een flinke schrik die zo snel mogelijk gecorrigeerd zal worden. Ambtenaren gaan er vanuit – hopen dat in elk geval vurig – dat de ramingen van vraag en aanbod niet gebaseerd zijn op de contourlijnen van plattegronden.

Woekeren
Het is regionaal namelijk woekeren met ruimte. Een klein verschil kan grote gevolgen hebben. De behoefte aan bedrijventerrein wordt voor de komende tien jaar geschat op 47 tot 63 hectare. Het aanbod beloopt 70 hectare, met de kanttekening dat 31 daarvan (Ikea-locatie, Vlietzone, werkpark Valkenburg en potgrondlocatie) nog onzeker is. Vooral voor ondernemers in zwaardere milieucategorieën is het (verwachte) aanbod karig. Zij pleitten afgelopen week er dan ook voor om op nieuwe terreinen heel specifiek daarvoor plek aan te wijzen.

In zijn algemeenheid zijn de ondernemers tevreden. In de nieuwe strategie ligt vast wat de komende tien jaar de bedoeling is. Ze hoeven niet bang te zijn dat ’de politiek’ over een paar jaar ineens anders besluit. Tenminste, als zij zich aan die belofte houdt en lang niet iedere ondernemer loopt wat dat betreft over van vertrouwen. Aan de andere kant zijn ondernemers erover tevreden dat zij ditmaal niet alleen vooraf geraadpleegd worden, maar blijvend vertegenwoordigd zijn in de stuurgroep die de beslissingen neemt. En dat er een regisseur of organisatie komt die tot enkele taak heeft ervoor te zorgen dat de strategie wordt uitgevoerd zoals die bedoeld is.

Dat het maar voor tien jaar is, baart zorgen. Voor een bedrijf dat forse investeringen moet afwegen, is dat veel te kort. Vooral ondernemers op De Waard in Leiden kaartten dat aan. Er bestaat onduidelijkheid over of hun bedrijventerrein nou ’breed’ of ’matig’ (alleen zwaardere milieucategorieën) gedifferentieerd. In het laatste geval is (vanwege het ruimtegebrek) in de nieuwe strategie opgenomen dat daarvoor niets mag veranderen. Het vastgoed is dan niet interessant voor kopers, terwijl ondernemers op hun klompen aanvoelen dat De Waard op enig moment een woonwijk moet worden. Maar, stellen zij, als er zekerheid komt dat het nog decennialang een bedrijventerrein blijft, dan zijn ze van harte bereid te investeren om het mooi en duurzaam te maken.

Veel verzet tegen de strategie komt van de bedrijventerreinen Rooseveltstraat en Trekvliet. Daarvoor heeft de gemeente al bepaald dat zij die wil ’transformeren’. Dat staat op gespannen voet met de zwaardere bedrijvigheid die daar zit. Nogal wat ondernemers zien er een vuil spelletje in van de gemeente, dat in de strategie staat dat geen enkel bedrijf gedwongen zal worden te verhuizen. Ondernemers denken dat dit alleen is omdat de gemeente bij dwang ook boter bij de vis moet doen. Zij vinden ’uitroken’ daarom een passender term.

Ook in Katwijk hameren ondernemers bij hun gemeente op daadkracht en duidelijkheid. De kustgemeente moet het grootste deel van de nieuwe ruimte gaan leveren. Daarvan gaat veel (ruim 14 hectare) naar het Bio Science Park, wat scheve blikken oplevert. ,,Ze zijn niet eens op deze bijeenkomst. Hoeft ook niet, want ze krijgen het zo in de schoot geworpen’’, moppert een van de Katwijkers. Zij benadrukken eveneens hoe belangrijk het is om bij nieuwe ontwikkelingen de infrastructuur eerst goed te regelen.

Sowieso wijzen ondernemers op de wens nieuwe bedrijventerreinen zo direct mogelijk aan te sluiten op de snelwegen. De Vlietzone bij Leiden is in dat opzicht misschien niet de meest voor de hand liggende keuze. De Leidse wethouder Yvonne van Delft wijst erop dat dit voor bedrijvigheid met watertransport wel een goede plek is en dat Leiden verder ook niet zoveel keus heeft. Een enkele ondernemer oppert de Oostvlietpolder, maar vriend en vijand is het erover eens dat dát de eerstkomende tijd politieke zelfmoord is.

In Voorschoten verandert op de bestaande bedrijventerreinen niets en zijn ook geen plekken in beeld voor uitbreiding of verplaatsing. De plaatselijke ondernemers benadrukken daarom het belang van goed regionaal overzicht van vraag en aanbod. Zij, en de gemeente, hopen verder op een oplossing voor iets wat niet specifiek in de strategie staat: het oude Mexx-gebouw. Daar zien zij graag veel meer bedrijvigheid in komen dan nu het geval is. Zonder uitbreidingsplekken is betere benutting van bestaande locaties immers de beste optie om in het eigen dorp te blijven. De vrees bestaat dat de eigenaar zit te wachten tot er een gemeentebestuur aantreedt dat er woningbouw toestaat.

Het zwaartepunt van de zorgen in Leiderdorp ligt bij het Ikea-terrein. Al is duidelijk dat Ikea niet komt, er moet nog wel met de Zweden overeenstemming bereikt worden om iets anders met de grond te gaan doen. ,,Uiteindelijk zal hun doel zijn een zo hoog mogelijk rendement te halen’’, zegt wethouder Willem Joosten daarover. De Leiderdorpse ondernemers vragen de gemeente de volgorde van zaken scherp in de gaten te houden. Zij willen niet in een situatie komen dat bedrijven moeten verhuizen vanwege de omvorming van De Baanderij tot een werkgebied met meer woningen terwijl de plek waar ze naartoe kunnen nog helemaal niet beschikbaar is. Ook in andere gemeenten uiten ondernemers die zorg.

Geschikt
Zoeterwoude heeft twee omvangrijke terreinen met plek voor nieuwe bedrijfsruimte. Al is dat voor een van de twee puur theoretisch: Heineken zal zijn strategische grondbezit op terrein Groenendijk (Barrepolder) naar verwachting niet willen opgeven. Anders ligt het voor het terrein van het vroegere potgrondbedrijf Slingerland aan de dr. Kortmannstraat. Met 4,5 hectare is dat nog groter dan het Ikea-terrein. Gesprekken met de eigenaar zijn al bezig; de gemeente hoopt dit jaar een ontwikkelingsplan te kunnen presenteren. Plaatselijke ondernemers betwijfelen echter hoe geschikt het gebied werkelijk is. Het ligt weliswaar aan de N206, heeft er zelfs een eigen aansluiting op, maar wel diep in de polder bij Stompwijk. Dat maakt het voor veel bedrijven wellicht niet zo’n aantrekkelijke vestigingsplaats, denken zij.

Verder hebben de Zoeterwoudse ondernemers vooral bredere vragen. Past dit wel binnen de provinciale visie op bedrijventerreinen, en hoe zit het met het stikstofprobleem? Volgens de gemeente zit het daarmee allemaal wel snor. ,,En wanneer komt het moment dat we zeggen: het is vol?’’, vraagt een ondernemer . Het ontlokt een lach aan de Zoeterwoudse beleidsadviseur: ,,Dat zou een politieke ommekeer zijn.’’

 

Bron: Leidsch Dagblad 17-01-2020